Thuis
09:43
Mijn vader gaat zo naar één of andere ‘Beurs’ in Utrecht. Hij probeerde me nog mee te krijgen, maar ik zei dat ik nog tonnen huiswerk te doen heb (Wat ook echt zo is, maar wat ik uiteraard niet ga doen).
10:07
“Het is toch handig dat je even mee gaat,” zegt mijn vader.
“Waarom?”
“Zodat je de tent hier thuis niet afbreekt,”
Als hij maar niet denkt dat hij me mee kan krijgen met zo’n antwoord.
10:30
Ik zit in de auto op weg naar ‘de Beurs’.
11:09
Het is gezelliger dan ik dacht, want Hennie en Huub (ook één of andere bejaarde knakker) gaan ook mee. Omdat ik zo vrolijk ben, zing ik zelfs mee met ‘we zijn er bijna, maar nog niet helemaal’.
11:31
“Ik ben benieuwd of ik de sneltreinlocomotief serie 5 van de Deutsche Bundesbahn ergens op de kop kan tikken,” zegt Hennie.
Ik wil nog wat zeggen, maar mijn vader zegt al vriendelijk tegen me dat ik mijn mond moet houden.
11:32
Gelukkig is Huub wel redelijk normaal. Hij heeft dan wel geen normale kleding aan (een trui met een paar verdwaalde giraffen, een oranje ribstofbroek en bruine schoenen met een plateauzool), maar heeft nog geen woord gerept over treintjes.
11:46
Wel heeft hij het over zijn hondjes, helaas (een stuk of 6 teckels).
“Jantje heeft last van zijn kniegewrichten sinds hij van de bank is gesprongen. Ik zei al tegen hem dat hij nog helemaal niet mocht springen na de beenbreuk, maar die deugniet luistert niet.”
Het duurde ongeveer een uur voordat ik doorhad dat het over een hondje ging in plaats van zijn kleinzoon.
Op de 'plaats van bestemming'
12:19
Het ziet er best leuk uit. Ongeveer 345346² meter aan ruimte waarin miljoenen treintjes staan opgesteld op marktkramen. Hennie zet het meteen op een rennen. Dat rennen was vast een stuk makkelijker gegaan als hij niet van die lompe Jezus-sandalen had gedragen.
12:58
Ik zit al 3 uur op een stoeltje bij een kraampje met postzegels. Ik doe alsof ik geïnteresseerd ben in wat postzegels uit Oezbekistan. De man reikt me iets van 7 uitpuilende albums aan.
“Samen voor €600,-“ zegt hij.
“Dat is geen geld voor zulke zeldzame zegels, meneer. Ik zal er nog even over nadenken,” antwoord ik beleefd. Ik heb er namelijk alles voor over om nog even op dat klapstoeltje te mogen zitten.
“Dan krijg je er gratis dit waardevolle velletje bij,” en de man laat me wat postzegels zien met teckels. Ik loop weg en sluit aan in de rij bij het hotdogkraampje.